Een voorbeeldje is het intikken van een websiteadres: deze wordt steeds minder in de adresbalk ingetikt, maar steeds vaker in Google. Hoewel dat onlogisch klinkt, is de uitspraak gebaseerd op feiten. Wanneer de zoekresultaten dan tevoorschijn komen wordt er vaker geklikt op tekstadvertenties in plaats van op URL’s. Die zullen voor de normale gebruikers op den duur verdwijnen, daar zij worden gezien als technische en gebruiksonvriendelijke objecten. Wat er dan nog over blijft? Merknamen, en de daar bijhorende keywords.
Wilt een website worden bezocht, dan moet het bijhorende merk top-of-mind zijn bij de gebruiker. Pas wanneer dit het geval is gaat de gebruiker zoeken naar het merk of vergelijkbare trefwoorden die bij het merk horen of passen.
Deze verandering in de manier van zoeken is begonnen met de opkomst van zoekmachines. Via Google komen bezoekers op bepaalde pagina’s op uw website die niet kunnen worden voorspeld. U kunt dus wel een mooie navigatie hebben uitgedacht, deze worden in dit geval niet eens gezien. Misschien kunnen we hieruit wel opmaken dat die structuur ook helemaal niet logisch of belangrijk is voor de Google bezoeker.
De infrastructuur van alle informatie die op het internet staat is de afgelopen veertig jaar niet erg veranderd. Het internet is nog steeds gebaseerd op het principe van een netwerk van pagina’s die met een link aan elkaar zijn gekoppeld. Een chaos, maar met een zoekmachine vind je de weg.
Volgens Hans Eilers, senior consultant bij theFactor.e, gaat dit veranderen en groeien we naar een zogenoemd “post-page” internet waar pagina’s en links steeds minder belangrijk worden. Wat we gaan zien of gaan doen op het internet gaat steeds meer worden bepaald door webapplicaties. Daarbij toepassingen steeds meer aan elkaar gekoppeld, denk bijvoorbeeld aan informatie uitwisselen en transacties uitvoeren.
Ook verwacht Eilers dat er nieuwe zoek- en ontdekkingsmethodes gaan ontstaan voor content en diensten. Deze gedachte bestaat al langer maar in 2009 hebben we tekenen gezien die erop wijzen dat het veranderingsproces telkens sneller gaat.
Indicatoren van deze trend zijn:
- Browsers van nu hebben functies die al eerder in webapplicaties voorkwamen. Een voorbeeld is Flock, deze bevat verschillende social network-functies en authenticatiefuncties. Firefox werkt op dit moment aan een geïntegreerd, door de browser beheerde authenticatie management.
- Op dit moment zijn er meer dan 100.000 iPhone applicaties. Een groot aantal daarvan ontsluiten inhoud die eerder aangeboden is via websites.
- LinkedIn biedt een mogelijkheid tot koppelen aan via een API.
- De internetgebruiker wordt slimmer: ze plaatsen Hyves-gadgets, YouTube embed scripts enzovoorts.
- Google werkt aan een uitbreiding van haar diensten. Zo gaat zij onder meer de concurrentie aan met Funda.
- Zoekmachines bieden steeds vaker informatie en diensten aan die voorheen op aparte websites werden aangeboden.
- De tijd die wordt gespendeerd op grote domeinen als Facebook en Youtube stijgt enorm, terwijl de tijd die wordt gespendeerd op kleinere websites daalt.
- Alle bovenstaande trends hebben één ding gemeen: het koppelen en uitwisselen van informatie vanuit verschillende bronnen wordt telkens belangrijker.
We kunnen dus uit bovenstaande concluderen dat de website zoals we hem nu kennen steeds meer een databron gaat worden, en telkens minder een gebruikersinterface is. Uit die databron worden steeds meer diensten en inhoud gepubliceerd en gemanaged.
Op dit moment worden websites voornamelijk bezocht om informatie op te zoeken en diensten te gebruiken. Dit zal veranderen: diensten en content zullen op andere manieren tot ons komen. Denk aan aanbevelingen van onze virtuele vrienden, social search en andere –nog niet bestaande- methodes.